|
|
|
| |
 |
|
Kinderen |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Doorslaapproblemen bij kinderen
 |
Het is aan te raden voor het slapen gaan een vast patroon aan te houden:
Stap 1 . Een redelijke maaltijd met veel koolhydraten voorkomt dat een kind 's nachts wakker wordt door een hongergevoel.
Stap 2. Een warm bad: dit ontspant en koelt het kind enigszins af zodat de slaap makkelijker komt.
Stap 3. Rustig aan doen vlak voor het slapen gaan: een boekje voorlezen of rustige liedjes zingen. |
Het is ook van belang een vast patroon te volgen als een kind 's nacht wakker wordt.
Experts raden het volgende aan:
- Troost en kalmeer het kind met zo weinig mogelijk gedoe. Maak duidelijk dat het nacht is en dat het moet slapen. Zeg welterusten en ga weg uit de kamer.
Als ze nog een keer wakker worden, laat ze dan iets langer huilen, ga er dan weer kort heen om ze te troosten. Laat de periode dat ze huilen langer worden (niet zo makkelijk als er andere kinderen op dezelfde kamer slapen) en ga steeds minder de kamer binnen. Probeer ze te troosten vanaf de deur.
- Geef niet toe aan verzoeken om eten, drinken, enz. Als je dit wel doet hebben ze nieuwe redenen om 's nachts voor wakker te worden.
- Wees kort en krachtig. Er mag geen twijfel over ontstaan dat de nacht er is om te slapen.
- Als ze zelf uit bed gaan en uit hun kamer komen. Moet hun vrijheid daarin tijdelijk beperkt worden totdat het patroon doorbroken is. De meest ouders hebben het over 2 of 3 nachten (ook al lijken 2 tot 3 nachten heel lang voor jou en je kind). Het beste is een kettinktje aan de deur. Zodat de deur wel open kan maar ze er niet uit kunnen. Je moet er wel voor zorgen dat hun kamer zelf veilig is.
- Beloon ze als ze goed slapen.
- Medicijnen om kinderen te helpen slapen, zijn zelden geschikt en moeten vermeden worden. Maar er zijn wel een aantal natuurlijke remedies zoals b.v. een kruidenkussen dat je uit zou kunnen proberen.
|
|
Een beetje ziek of echt ziek ?
Ieder kind wordt wel eens ziek, en iedere ouder kent dat gevoel van lichte paniek als ze hun normaal gesproken vrolijke en levenslustige kind opeens zien veranderen in een teneergeslagen en lusteloos kind. De meeste perioden van ziekte gaan gelukkig weer snel voorbij, en zorgen er zelfs voor dat uw kind meer weerstand heeft tegen een mogelijke nieuwe aanval. Soms, als de ziekte ernstig is, plotseling en mogelijk van langere duur, is het nodig professionele hulp in te schakelen.
Als je ongerust bent en weet of vermoedt dat je kind nodig directe medische aandacht nodig heeft, bel dan je huisarts, als is het midden in de nacht. Lukt het niet de huisarts of zijn vervanger te bereiken, ga dan naar de Eerste Hulp van het dichtsbijzijnde ziekenhuis.
Hoe kom je erachter of je kind ziek is
Soms is er geen twijfel mogelijk. Maar vaak is het moeilijk te zeggen of je kind ziek is. Kinderen kunnen het ene moment hangerig, heet en beroerd zijn en het volgende moment weer vrolijk rondrennen.
Let op de volgende dingen:
- ziekteverschijnselen (overgeven, verhoging, hoest, loopneus, ontstoken ogen).
- ongewoon gedrag (veel huilen, irritatie, weigeren van eten en drinken, hangerig of suf zijn).
Babies en kleine kinderen
Mogelijke tekenen van ziekten geven altijd meer zorgen als het kind nog een baby is of nog erg klein. De volgende symptomen zijn altijd ernstig:
- hoge temperatuur (boven 39 graden), zeker in combinatie met uitslag.
- moeilijke ademhaling, snelle ademhaling of raspende ademhaling.
- ongewoon suf, moeilijk wakker te maken en/of in de war zijn.
- koorts, terwijl de huid van de handen en voeten koud en klam aanvoelen.
- een paars-rode uitslag waar dan ook op het lichaam, dit kan een teken van nekkramp zijn.
- stuipen, of als je baby blauw wordt of heel erg bleek (kijk bij een baby met donkere huid naar de handpalmen) en erg passief lijkt.
Oudere kinderen
Als je kind ouder is en je twijfelt of er een arts bij gehaald moet worden, kijk dan even aan of de symptomen van ziekten en pijn blijven. Laat het kind niet merken dat je het in de gaten houdt. Kinderen kunnen gaan toneelspelen, zeker als ze zien dat de ouders ongerust zijn.
Ga boven alles op je gevoel af
Je weet beter dan wie dan ook hoe je kind van dag tot dag is, dus ook als er iets ongewoons is of iets om je zorgen om te maken. Waarschuw bij ongerustheid de huisarts. Als later blijkt dat er niets aan de hand was, dan heb je in ieder geval zekerheid. |
Faalangst.......Ik kan dat niet.......
Vorige week kreeg Jasper een zeven voor rekenen op zijn rapport. Hij was aardig ontgoocheld. Vandaag bracht hij een nieuw rekenblad mee van school: huiswerk. 'Mama, ik kan dat niet', zuchtte hij voortdurend. Zijn vader wil dat hij alleen maar negens en tienen haalt op zijn rapport. En dat is het enige waaraan Jasper nu denkt. (Brenda, moeder)
Eén op de tien kinderen lijdt aan faalangst.
Faalangst; goed, beter, best.
Wat? Faalangst betekent bang zijn om bij een taak te falen: toetsen, examens, erbij horen, over de bok springen.Die angst kan kinderen blokkeren: ze doen niks meer, haken af. Bij andere kinderen zorgt de angst ervoor dat ze nog harder werken, geen afstand kunnen nemen, zich nooit ontspannen. Nog anderen wisselen hard werken en niks meer doen af.
Wie? Eén op tien kinderen leidt aan een vorm van faalangst: vooral kinderen met weinig zelfvertrouwen. Meer meisjes dan jongens.
Waarom? Faalangst is een gevoel. Kinderen zijn bang dat ze door een slechte prestatie de waardering van hun ouders, klasgenoten en leerkrachten verliezen ('Dat had ik niet verwacht van jou'), of het geloof in eigen kunnen ('Ik kan toch niks'). Faalangstigen zijn slechte voorspellers: ze geloven dat de kans op mislukken erg groot is.
Gevolgen? Sommige faalangstige kinderen ontwijken nieuwe uitdagingen. Ze gaan zich vlug het domste of meest luie kind van de klas voelen. Dat leidt vaak tot demotivatie: ze willen niet meer leren, willen niet meer naar school. Ze worden liever lui dan dom genoemd.
Hoe voorkomt u faalangst? Verwachting en ondersteuning - Niemand is perfect. Laat voelen dat je kind fouten mag maken, ook thuis. - Laat kinderen van jongsaf aan veel taakjes uitvoeren die ze aankunnen (torens bouwen, kledij aandoen, boterhammen smeren) en geef positieve reactie. Succes helpt ze geloven in zichzelf. Kinderen die veel mislukkingen in hun rugzak meesleuren, gaan geen nieuwe (leer)uitdagingen aan. Soms geven ouders overdreven gevaartekens: 'Pas op, doe niet zo gevaarlijk, maak je niet vuil' Kinderen gaan dan minder ontdekken, durven geen uitdagingen aannemen. Zorg wel bij elke uitdaging voor een vangnet: 'Ik ben er voor jou'. - Leer kinderen zoeken naar een juiste verklaring voor hun succes of hun mislukking. En leer ze die aanvaarden. Faalangstige kinderen gaan vaak ten onrechte de oorzaak bij zichzelf zoeken 'Ik ben dom'. Als het goed gaat, zeggen ze dat ze gewoon geluk hadden ('Het was gemakkelijk'). - Observeer je kind. Kijk wat het aankan. Stem je verwachtingen af op zijn capaciteiten. (Moet hij werkelijk een 8 voor rekenen halen?) Wie voortdurend boven zijn mogelijkheden moet presteren en daarom faalt, geraakt gedemotiveerd. - Je kind zit met een vraag of een probleem? Los het niet meteen zelf op. Help, maar leer je kind vooral hoe het zijn probleem zelf kan oplossen. - Geef het goede voorbeeld. Hoe ga je zelf om met presteermomenten ('Ik mag toch niet afgaan!'). Geef ook aan je kinderen toe dat je fouten maakt. Of ben jij perfect? - Vergelijk de prestaties van je kind niet met dat van broers, nichtjes, buren etc. die veel handiger, slimmer zijn. Vergelijk wel met de vorige prestaties van je kind. Geef evenveel aandacht aan de inspanning als aan het resultaat: 'Je hebt je best gedaan'. Dat motiveert. - Zorg voor evenwicht in het leven van je kind. Elk kind heeft ook ontspanning nodig. Vermijd sport waar competitie centraal staat. - Verhalen over je succes van vroeger kunnen je kind erg onder druk zetten. Vertel ook over je twijfels en mislukkingen. - Ouders kiezen vaak voor een school/studierichting waar kinderen het niet te gemakkelijk hebben. Sommige kinderen blokkeren dan.
Je kind heeft faalangst Luisteren en denken Eén op tien kinderen heeft een of andere vorm van faalangst. - Mogelijke signalen: je kind piekert veel, denkt enkel aan wat kan mislopen. Je kind heeft vaak hoofdpijn, maag- of darmklachten, gaat nagelbijten. Je kind is verlegen, gesloten, of hangt integendeel de clown uit, zoekt uitvluchten ('Ik ben ziek'), liegt ('Ik ben mijn papier kwijt'), huilt.
Niet doen/zeggen: Blijven negeren 'Ach, je kan dat wél', verwijten 'Doe toch niet zo flauw', ingaan op vermijdingsgedrag 'Je moet vandaag niet naar school', vergelijken met anderen 'Zij kunnen dat wél', zomaar medicatie geven.
• Wel doen/zeggen: 1. Blijf rustig, als je kind in paniek raakt, ga daar dan niet in mee, vermijd emotionele scènes. 2. Maak tijd om te luisteren. 'Vind je zelf dat je het niet goed genoeg kan?' 'Wat heb je al gedaan?' 3. Aanvaard dat er een probleem is. Deel het probleem: 'We gaan er samen aan werken'. Contacteer eventueel de leerkracht op school. 4. Stel je kind gerust. Zeg dat faalangst bij het dagelijkse leven hoort, dat je het ook hebt. Mislukken mag en is zelfs nodig om te leren. Geef toe dat je ook zelf fouten maakt. 5. Vertel je kind over zijn positieve eigenschappen: 'Je bent misschien minder goed in rekenen, maar je kan goed sporten, bent een leuke broer, een goede speelkameraad'. 6. Buig de negatieve gedachten om. Ga samen op zoek naar wat je kind écht angstig maakt en koppel die angst los van de taak. Ik ben bang dat papa/de leerkracht boos zal zijn als, dat leerlingen me gaan uitlachen als. Klopt die negatieve gedachte wel? Vervang die negatieve gedachten door positieve: 'Papa is blij als je je best doet, je hebt je les goed geleerd, je kan het.' 7. Stimuleer je kind om zijn opdracht (toets, spreekbeurt, sporttest) toch uit te voeren. Maak voor het kind duidelijk dat er geen weg naast is. Ga niet in op vermijdingsgedrag. 8. Geef structuur. Pas de opdracht aan (deelopdrachten, samen stappen zetten), help een studieplanning opmaken. Ga op zoek naar wat voor je kind haalbaar is en laat het van dat succes genieten. Zeg dat het mag mislukken, zijn inzet telt. 9. Aarzel niet om professionele hulp te zoeken als je zelf geen uitweg ziet. Een aangepaste behandeling kan helpen.
bron: www.klasse.be
|
| Brandwonden, voorkomen is beter
Elk jaar weer kampt het Brandwondencentrum in Beverwijk gedurende de maand december met absolute topdrukte. Want Kerstmis en Oud en Nieuw kennen ook hun schaduwzijden. Voorzichtig zijn is het devies.
De meeste brandwonden ontstaan door hete vloeistoffen en vuur. Ook komen er electriciteits- en chemische verbrandingen voor. Bij dat laatste moet je bijvoorbeeld denken aan contact met zuren. Ook de zon veroorzaakt nogal wat verbrandingen. Bijna iedereen die niet van nature een hele donkere huid heeft kan zich het pijnlijke rode vel wel herinneren.
Waarom zijn brandwonden zo gevaarlijk?
Bij een verbranding gaat de huid kapot. Die huid heeft belangrijke functies; zorgt ervoor dat we vocht vasthouden, zonder huid zouden we uitdrogen, en beschermt ons tegen vuil en ziekteverwekkers. Verder speelt de huid een rol bij het regelen van de lichaamstemperatuur en door zweten ook nog voor de afvoer van afvalstoffen. Als iemand grote delen van het lichaamsoppervlak heeft verbrand kan dat het functioneren van de huid in gevaar brengen. Daarbij kan zo veel vochtverlies optreden dat er zelfs levensgevaar dreigt. Ook de latere gevolgen zijn niet gering: de behandeling is vaak langdurig en geeft littekens.
Wat moet je doen bij een brandwond?
De meeste ongevallen die brandwonden tot gevolg hebben gebeuren thuis. Daar is gelukkig altijd water bij de hand.
- Begin direct met koelen van de verbrande huid door water. Het liefst met zachtstromend koud (niet ijskoud) leidingwater. Bij een groter oppervlak kan de douche daarbij goede diensten bewijzen. Koel minstens vijf minuten. Langer is beter, maar let dan, vooral bij kleine kinderen, op onderkoeling. Als iemand onderkoeld is, is er sprake van een te lage lichaamstemperatuur. Bij kleine kinderen zou je samen met het kind onder de douche kunnen gaan staan. Als je het zelf veel te koud krijgt geldt dat ook voor het kind. Dan natuurlijk even stoppen met koelen of iets warmer water bijmengen.
- Gebeurt het ongeluk buitenshuis ga dan ook op zoek naar water. Liever vuil slootwater gebruiken dan helemaal niet koelen.
- En dan nog iets belangrijks: als de kleding aan de huid is vastgeplakt moet je die laten zitten. Ga er nooit aan trekken. Zet het kind met de kleren aan onder de douche.
- Smeer niets op de wond, bedek de wond met steriel verband, schone doeken of lakens.
- Tenslotte: vergeet niet bij ernstige brandwonden om hulp te halen door huisarts of ambulance te bellen.
Wanneer moet je met een brandwond naar de huisarts?
Dat hangt af van de ernst van de brandwond. De diepte van een brandwond wordt uitgedrukt in graden.
1e graads verbranding: de huid is nog intact maar rood en pijnlijk. Denk bijvoorbeeld aan een zonverbranding. 2e graads verbranding: er ontstaan blaren en de huid is rood en pijnlijk. 3e graads verbranding: ernstig aangetaste huid die er bruin of geel maar soms ook wit of zwart kan uit- zien. Een derde graads verbranding is altijd heel ernstig terwijl het slachtoffer nauwelijks pijn heeft. Dat komt omdat de zenuwuiteinden in de huid verbrand zijn. De diepte van een brandwond hangt af van de duur van de warmte-inwerking en de temperatuur van de vloeistof, het voorwerp of de vlam. Ook van belang is het soort vloeistof. Zo geeft, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, heet water in het algemeen een diepere verbranding dan hete olie.
Je moet naar de dokter als er blaren zijn of als de huid is aangetast. ook dus als een brandwond geen pijn doet. De huisarts let vooral op de diepte en de grootte van de verbranding. Ook als de brandwond veroorzaakt is door een chemisch product of electriciteit moet je naar de huisarts.
Hoe kun je brandwonden voorkomen?
Veel verbrandingen ontstaan door heet water. Dus geen waterketels, thee- of koffiepotten binnen het bereik van kinderen. Lucifers moeten buiten het bereik van kinderen blijven. Als je gas ruikt nooit vuur maken of licht aan of uitdoen. Ieder vonkje kan immers een gasexplosie veroorzaken. Ramen open en gastoevoerleiding afsluiten. Bij barbecue of open haard geen spiritus of petroleum gebruiken als het hout eenmaal is aangestoken. Ook nooit vanuit een jerrycan of fles deze brandstoffen op het vuur gooien. Bij vlam in de pan: gas uit, afzuigkap uit, deksel op de pan. Nooit met de pan gaan lopen. Op de camping voorzichtig met butaan- of propaangas. Controleer regelmatig alle slangen en aansluitstukken met zeepsopschuim.
Nog iets over donorhuid
Bij de behandeling van brandwonden wordt regelmatig gebruik gemaakt van donorhuid. Die wordt verkregen van donors die door het invullen van een codicil te kennen hebben gegeven na hun overlijden organen te willen afstaan. Donorhuid dient als tijdelijke vervanging van de eigen huid. Het vermindert de pijn, de kans op infectie en de kans op blijvende verminking. De Nederlandse Brandwondenstichting beheert een huidbank waar donorhuid wordt opgeslagen. Misschien nu eens doen wat u al zo lang van plan bent, een donorcodicil invullen. Voor vragen over een donorcodicil kunt u bellen 06-821 21 66 (20 ct. per minuut).
Informatie van de GG&GD regio Arnhem
Kinderen en diabetes
Het soort suikerziekte dat veel voorkomt bij volwassenen die te dik zijn, komt nu ook steeds vaker voor bij kinderen met overgewicht, volgens een commissie van de Amerikaanse Stichting voor Diabetes. Vroeger was er bij kinderen met suikerziekte bijna altijd sprake van type 1-diabetes, waarbij het lichaam niet in staat is insuline aan te maken. Maar type 2, een ziekte die verband houdt met overgewicht en waarbij het lichaam niet goed reageert op insuline, doet zich nu ook voor bij kinderen. Een aanbeveling van de commissie: kinderen van boven de 10 met een overgewicht van meer dan 20 procent en met type 2-diabetes in de familie zouden naar de dokter moeten gaan om vast te laten stellen of een onderzoek op diabetes nodig is.
De beste preventie is veel lichaamsbeweging en zorgen dat je niet te dik wordt, aldus Alan Moses van het Joslin Diabetes Centrum in Boston. ‘Zeg tegen uw kinderen dat ze veel moeten rennen.’
Bron: mary brophy marcus, U.S. News & World Report |
|
Verstandig zonnen voor kinderen

De kinderhuid is tien keer dunner dan die van volwassenen. Ook de natuurlijke bescherming zoals pigmentatie is nog niet optimaal. Kinderen met blond of rood haar kunnen in vijf minuten al flink verbranden. 1 Kinderen moeten zeker uit de hete middagzon blijven en zo veel mogelijk de schaduw opzoeken. 2 Smeer ze tijdig in, bij voorkeur met middelen die zowel tegen UV-A als UV-B beschermen. 3 Let ook goed op als de kinderen ‘thuis’ buitenspelen. 4 Gekleurde sunsprays bieden extra veiligheid. Het is zonneklaar welk deel van de huid al is ingevet. Vaak vinden kinderen de spray ook grappig. Wat groen is, wordt niet rood! 5 Laat baby's tot 1 jaar zo weinig mogelijk in de zon. Bij de Nederlandse Kankerbestrijding kunt u gratis folders bestellen:
|
Erfelijke Gedragsproblemen - ADHD
Gedragsproblemen zijn aan de orde van de dag bij kleine kinderen, het hoort ook bij het opgroeien, uitvinden hoe de wereld in elkaar zit en je daarmee omgaat.
Er bestaat geen twijfel over de rol die de genen spelen bij veel aspecten van de ontwikkeling van het gedrag in het zo belangrijke peuterstadium - hoe de hersenen leren om sociaal gedrag aan te leren, hoe emoties opgepikt moeten worden, hoe agressie werkt, etc. Dit proces is zo subtiel dat we nog een lange weg te gaan hebben voordat we alles hiervan weten.
Maar we beginnen wel de omstandigheden te begrijpen waardoor er soms iets misgaat in de ontwikkeling van het gedrag. De omgeving speelt natuurlijk een hele belangrijke rol, slechte opvoeding en onvoldoende sociale signalen die voorkomen dat slecht gedrag een patroon vormt.
Maar er spelen ook onvermijdelijke, erfelijk bepaalde factoren bij het kind die invloed hebben op de normale ontwikkeling van het gedrag. Bijvoorbeeld, kinderen met ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) of hyperactiviteitssyndroom hebben verschillende gedrags- en leerproblemen. Zij lijken achter te blijven in de sociale ontwikkeling, hebben een zwakke beheersing van impulsen, kunnen zich slecht concentreren, zijn makkelijk af te leiden, beweeglijk en druk.
Hersenscans tonen aan dat kinderen met ADHD een probleem hebben met de voorste hersenkwabben. Dit gebied speelt normaal gesproken een rol bij het nemen van besluiten, hierbij rekening houdend met prioriteiten, gevolgen voor de toekomst, effecten die het gedrag op anderen zal hebben en tenslotte het verhinderen van ongewenst gedrag. Maar in het geval van ADHD is dit gebied in de hersenen niet zo actief als het zou moeten zijn en er is onbalans bij de neurotransmitters. Gevolg is dat de boodschappen met hoge snelheid door de hersenen van het kind schieten en niet voldoende gefilterd en gesoorteerd worden.
Het mag duidelijk zijn dat dit soort gedrag geen gevolg is van slechte opvoeding (hoewel gedragstechnieken wel kunnen helpen bij het verminderen van ADHD klachten). De genen zijn de oorzaak alhoewel nog niet bekend is welke genen en op welke manier de erfelijkheid een rol speelt.
Bij de 2 en 10% van de bevolking is er sprake van enige mate van ADHD. Als een kind met ADHD deel uitmaakt van een identieke tweeling, is de kans 90% dat de andere helft het ook heeft. Tussen broers en zussen is de kans 30-40%. Een duidelijke aanwijzing voor erfelijkheid, maar het is nog steeds niet duidelijk waarom het ene kind het wel heeft en zijn broer of zus niet.
In de meeste gevallen zal een ouder of naast familielid ook ADHD hebben, en als het familielid een combinatie van ADHD en specifieke leerproblemen heeft (dit komt vaak voor) dan zal het kind ook vaak last van beide hebben - met andere woorden, het zelfde patroon wordt doorgegeven.
ADHD is een goed voorbeeld van hoe gedragsproblemen erfelijk kunnen zijn. Maar momenteel is er een verhitte discussie gaande over de controversiële suggestie dat andere aspecten van gedrag als geweld, criminaliteit en zelfs sexualiteit allemaal bepaald worden door de genen.
voor meer informatie: adhd.pagina.nl |
|
|
| |
<< Terug |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
| |
Laatste Nieuws |
|
|
|
| |
 |
|
|
| |
`Staat wilde woekerpolisaffaire
beperken` De Nederlandse overheid heeft in de woekerpolisaffaire vooral getracht een stortvloed aan rechtszaken te voorkomen. Dat concludeerde RTL Nieuws maandag op basis van ruim 130 notities, memo`s en niet-openbare brieven die het bij het ministerie van Financiën heeft opgevraagd. Lees verder >>
|
|
|
| |
De nieuwe zorgverzekering |
|
|
|
| |
| |
|
|
|
|
|
| |
Overig/ Pleinen |
|
|
www.plein.nl |
|
Aanbestedingen.plein |
|
Aanbiedingen.plein |
|
Apres-ski.plein |
|
Astrologie.plein |
|
Australie.plein |
|
Baby.plein |
|
Beauty.plein |
|
Bloemen.plein |
|
Boeken.plein |
|
Camera.plein |
|
Casino.plein |
|
Costabrava.plein |
|
Dating.plein |
|
Dieet.plein |
|
Duiken.plein |
|
Echtscheiding.plein |
|
Epse.plein |
|
Fantasy.plein |
|
Fashion.plein |
|
Fitness.plein |
|
Formule1.plein |
|
Foto.plein |
|
Frankrijk.plein |
|
Fun.plein |
|
Geld.plein |
|
Gezondheid.plein |
|
Golf.plein |
|
Hbo.plein |
|
Huishoud.plein |
|
Humor.plein |
|
Hypotheek.plein |
|
Ierland.plein |
|
Judo.plein |
|
Kado.plein |
|
Kerst.plein |
|
Kinder.plein |
|
Koi.plein |
|
Krediet.plein |
|
Kunst.plein |
|
Mbo.plein |
|
Munten.plein |
|
Muziek.plein |
|
Nagel.plein |
|
Paintshoppro.plein |
|
Pasen.plein |
|
Pensioen.plein |
|
Ps2.plein |
|
Psychologie.plein |
|
Schrijven.plein |
|
Snurken.plein |
|
Sport.plein |
|
Talen.plein |
|
Thuiswerk.plein |
|
Transsexualiteit.plein |
|
Trouwen.plein |
|
Tunesie.plein |
|
Turkije.plein |
|
Vakantie.plein |
|
Vechtsport.plein |
|
Vergelijkings.plein |
|
Verjaardag.plein |
|
Verzekering.plein |
|
Visagie.plein |
|
Webdesign.plein |
|
Webtools.plein |
|
Wk.plein |
|
Wonen.plein |
|
Zonwering.plein |
|
Zwem.plein |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|